Dialoog over de Ziel (deel 1)

dialoog

Introductie

Dit is een dialoog waarin vier vrienden het hebben over argumenten voor en tegen het bestaan van de ziel. Twee van de vrienden geloven in de ziel en twee niet. Om duidelijker te maken wie welk standpunt verdedigt, zal ik het kort over de personages hebben. De twee personages die in het bestaan van de ziel geloven zijn Milo en Alden. Milo is de jongste van de groep en snel aangebrand. Alden is de oudste en een aantal jaar ouder dan Milo. Lyra en Zeno geloven niet in het bestaan van een ziel. Lyra is de enige vrouw in het gezelschap en denkt goed na voordat ze iets zegt. Zeno heeft nog nooit eerder echt over het onderwerp nagedacht voor deze discussie en is vaak recht door zee als hij iets zegt.

Deze dialoog is niet bedoeld om mensen te overtuigen van de ene of de andere kant. Het is aan de lezer om te beslissen welke argumenten hij/zij beter vindt werken. Het is ook niet bedoeld om de lezer de les te lezen. Het is simpelweg bedoeld om de lezer langer te laten stilstaan bij het onderwerp. De dialoog zal in verschillende delen online worden gezet (ik moet de rest van de scenes nog schrijven).

Ik heb de namen van Milo en Alden schuingedrukt geschreven om te laten zien dat zij aan dezelfde kant van de discussie staan. Lyra en Zeno zijn niet schuingedrukt, ook om te laten zien dat zij aan dezelfde kant staan.

Laat mij eerst de scene uitleggen. Een paar weken geleden werd Milo 23. Dit kan natuurlijk niet zonder feestje voorbijgaan en dus besluit hij om wat vrienden uit te nodigen in zijn appartement. Het wordt steeds later en als de meerderheid van de mensen weg zijn, blijven vier vrienden achter met wat bier, een vriendelijke discussie en elkaar. Naarmate het later wordt (en er meer wordt gedronken) wordt het onderwerp van de discussie steeds filosofischer, tot op het punt dat het gesprek over de ziel gaat. Ik zal een klein gedeelte van het begin van de discussie overslaan. Waar concrete dingen gezegd worden zullen we beginnen met het observeren van de discussie:

Milo is in de war. Hij krijgt het idee dat zijn beste vriend, Zeno, niet in het bestaan van de ziel gelooft. Hij besloot hem te ondervragen: “Dus wat denk jij dan over de ziel, Zeno?”

Zeno: Het idee dat er een ziel bestaat is een belachelijk idee natuurlijk!

Alden (nieuwsgierig): Wacht, denk je dat echt Zeno? Waarom denk je dat het idee van de ziel belachelijk is?

Zeno: Nou, als we een ziel hebben, waar is hij dan? Ik kan de ziel niet zien, dus ik heb geen reden om erin te geloven.

Alden: Is dat je enige criterium om ergens in te geloven? Je moet het kunnen zien?

Zeno: Inderdaad. Wat voor redenen heb ik om ergens in te geloven als ik het niet kan zien?

Alden: Maar je weet dat andere dingen die je niet kan zien echt zijn toch? Atomen bijvoorbeeld?

Zeno: Ja, maar dat is wetenschappelijk! De ziel, daar is niets wetenschappelijks aan natuurlijk.

Lyra was al een tijdje aan het luisteren naar het gesprek, maar liet na de uitspraak van Zeno van zich horen.

Lyra: Wacht even Zeno. Dat is een heel slecht argument. Ik ben het met je eens dat er geen ziel is, maar jouw argumenten zijn simpelweg niet goed genoeg. De wetenschap berust op het principe van het concluderen uit de beste verklaring. We concluderen dat atomen bestaan, gebaseerd op het feit dat als we aannemen dat ze bestaan, we dingen kunnen verklaren die verklaard moeten worden. We moeten voorzichtig zijn, want niet iedere willekeurige verklaring is goed genoeg. Waarom geloven we dat virussen en bacteriën ons ziek maken en niet kwaadaardige demonen? Omdat de kiemtheorie een betere verklaring is dan demoontheorie. Dit is zo omdat het beter verklaart waarom sommige behandelingen, zoals medicijnen, wel werken en andere, zoals het uitdrijven van kwaadaardige geesten, niet werken.

Alden: Dus als wij, Milo en ik, ons geloof in het bestaan van de ziel willen rechtvaardigen, zouden wij een probleem moeten vinden dat beter verklaard wordt met de ziel dan met alleen een fysiek lichaam.

Lyra: Dat klopt inderdaad.

Alden: Laten we dan bedenken over welke eigenschappen een puur fysiek systeem, als een computer, nooit zou kunnen beschikken en vervolgend jullie daarmee proberen over te halen.

Milo springt op en vertelt de groep zijn idee van een goed argument.

Milo: De ziel is de beweegreden achter het lichaam natuurlijk! De letterlijke beweegreden, reden tot het bewegen van het lichaam. Aan het einde van het leven, wanneer de ziel het lichaam verlaat, gaat de persoon dood en kan zij niet meer bewegen. Alle fysieke onderdelen van het lichaam zijn er nog steeds. Als jullie,
Lyra en Zeno, zeggen dat het lichaam puur fysiek is, waarom kunnen we dan niet bewegen wanneer we dood zijn? Er kan niet gezegd worden dat ons lichaam dezelfde opmaak heeft wanneer je levend en dood bent, omdat er zo een groot verschil is tussen de twee situaties. Het is overduidelijk dat ons lichaam iets mist en dat is de ziel!

Lyra: Maar Milo, ben jij het er mee eens dat een telefoon goed werkt wanneer al zijn onderdelen goed verbonden zijn en goed samenwerken op de juiste manier?

Milo: Ja, daar ben ik het mee eens.

Lyra: En ben je het er mee eens dat we een robot kunnen maken die uit zichzelf kan lopen wanneer alle delen van de robot goed samenwerken zoals zij dat horen te doen? Wanneer ze allemaal op de juiste manier verbonden zijn met de juiste bedrading?

Milo: Ja.

Lyra: Ik hoop dat je het ook met mij eens bent over het feit dat deze systemen, die beiden puur fysiek zijn, kapot kunnen gaan? Ze gaan kapot wanneer de bedrading niet meer goed verbonden is, ze gaan kapot wanneer de onderdelen niet goed meer samen kunnen werken. Dus de ziel is niet nodig als een verklaring voor de reden tot bewegen van het lichaam, omdat telefoons en robots ook kapot gaan, net als het lichaam. We voelen niet de behoefte om deze dingen het bezitten van de ziel toe te schrijven.

Alden: Ik ben het met je eens Lyra, dat de ziel niet de reden tot bewegen is van het lichaam. Maar laat ik het argument van Milo ietwat anders formuleren: Het lichaam beweegt niet alleen, het beweegt met een doel. Ik zal het voorbeeld van de telefoon gebruiken die jij ook hebt gebruikt. De telefoon ‘beweegt’, wanneer het van applicatie naar applicatie gaat op het beeldscherm. Echter, wij zijn degene die de telefoon de instructies geven om van applicatie te wisselen. Misschien kunnen we zeggen dat dit hetzelfde geval is met ons lichaam. We zijn niet puur fysieke systemen, omdat we een doel hebben. We bewegen niet willekeurig, maar doelgericht. Zoals ik heb laten zien met het voorbeeld van de telefoon, is dit doel door iets anders aan onze fysieke lichamen gegeven. Dit zou de ziel zijn.

Zeno spreekt nu weer voor het eerst sinds hij is bekritiseerd door Lyra.

Zeno: Maar een puur fysiek systeem kan een doel hebben op zich. Het kan het doel bijstellen zonder een opdracht van buitenaf te krijgen en kan voor zichzelf beslissen wat de beste manier van handelen is. Neem bijvoorbeeld een hittezoekende raket. De raket neemt hitte waar en stelt zijn doel bij om dichter bij de hitte te komen. Dus een puur fysiek systeem kan doelgericht bewegen zonder een externe doelgever.

Milo: Maar de hittezoekende raket was geprogrammeerd om dat te doen. Zouden we niet kunnen zeggen dat de ziel de programmeur van het lichaam is, zoals de programmeur de raket programmeert?

Zeno: Onze programmeur is grotendeels ons DNA en zelfs onze ouders en onze maatschappij en cultuur zijn onze programmeurs. Ons DNA zorgt voor de natuurlijke aspecten, onze ouders en cultuur voor sociale aspecten.

Het gesprek valt even stil, maar na een aantal seconden doorbreekt Milo het met een nieuw argument.

Wordt vervolgd.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s