Dialoog over de Ziel (deel 2)

Introductie

Dit is een dialoog waarin vier vrienden het hebben over argumenten voor en tegen het bestaan van de ziel. Twee van de vrienden geloven in de ziel en twee niet. Om duidelijker te maken wie welk standpunt verdedigt, zal ik het kort over de personages hebben. De twee personages die in het bestaan van de ziel geloven zijn Milo en Alden. Milo is de jongste van de groep en snel aangebrand. Alden is de oudste en een aantal jaar ouder dan Milo. Lyra en Zeno geloven niet in het bestaan van een ziel. Lyra is de enige vrouw in het gezelschap en denkt goed na voordat ze iets zegt. Zeno heeft nog nooit eerder echt over het onderwerp nagedacht voor deze discussie en is vaak recht door zee als hij iets zegt.

Deze dialoog is niet bedoeld om mensen te overtuigen van de ene of de andere kant. Het is aan de lezer om te beslissen welke argumenten hij/zij beter vindt werken. Het is ook niet bedoeld om de lezer de les te lezen. Het is simpelweg bedoeld om de lezer langer te laten stilstaan bij het onderwerp. De dialoog zal in verschillende delen online worden gezet (ik moet de rest van de scenes nog schrijven).

Ik heb de namen van Milo en Alden schuingedrukt geschreven om te laten zien dat zij aan dezelfde kant van de discussie staan. Lyra en Zeno zijn niet schuingedrukt, ook om te laten zien dat zij aan dezelfde kant staan.

Het gesprek valt even stil, maar na een aantal seconden doorbreekt Milo het met een nieuw argument.

Milo: Wij kunnen redeneren natuurlijk! Niet alleen dat, wij hebben zelfs geloven en verlangens. Geen machine zou ooit kunnen verlangen, noch kunnen redeneren. Neem mijn grasmaaier als voorbeeld. Overduidelijk wil de grasmaaier het gras niet maaien.

Zeno: Hebben machines geen verlangens? Neem nu een computer. Wanneer ik een spel schaak tegen mijn computer speel heeft het overduidelijk een verlangen – een verlangen om zijn Koning te verdedigen, een verlangen om het spel te winnen.

Milo: Ik denk niet dat je gelijk hebt. Ik denk dat je simpelweg menselijke eigenschappen toeschrijft aan een computer. Stel de vraag aan jezelf, wil de computer je echt verslaan? Ik ben van mening dat je de computer nu simpelweg personifieert.

Zeno: Dat is een vooroordeel tegenover de computer! Als ik naar je argument kijkt lijkt het op deze wijze gestructureerd te zijn: ‘Alleen mensen hebben verlangens, dus computers kunnen geen verlangens hebben.’ Is dat niet belachelijk? Is het niet en ongelofelijk grote aanname om te zeggen dat computers geen verlangens hebben in het schaakspel?

Milo: Je mist mijn punt volledig! Verlangens bestaan niet in de afzonderlijkheid. Een verlangen gaat altijd gepaard met een emotie. Je raakt opgewonden wanneer je een schaakspel wint – de computer wil niet jouw koning slaan omdat hij daardoor een bepaalde sensatie voelt natuurlijk.

Alden: Ah Milo, nu komen we bij een argument waarvan ik denk dat hij goed stand houdt in de verdediging van de ziel! Geen computer kan emoties hebben, geen machine kan voelen zoals wij dat doen.

Lyra: Ik ben het er zeker mee eens dat computers geen gevoelens hebben. Nóg geen gevoelens. Maar het concept is niet zo heel vreemd voor ons. Robots als R2D2 en C-3PO van Star Wars, om maar een voorbeeld te noemen, hebben emoties. Dit is natuurlijk allemaal Science Fiction, maar wat is er voor te zeggen dat robots in de toekomst geen emoties kunnen hebben?

Alden: Ik zou je nu van datzelfde beschuldigen als waar Zeno Milo van beschuldigde, namelijk van het hebben van vooroordelen.

Lyra: Zou je dat willen uitleggen?

Alden: Natuurlijk. Er zitten twee kanten aan emoties. Niet alleen de ‘gedrags kant’, oftewel gedragelijke kant die robots klaarblijkelijk bezitten, of op zijn minst kunnen bezitten, maar er is ook een sensationele kant. Als we bang worden, dan rennen we niet alleen, wat robots ook kunnen, we voelen ons hart bonzen en onze gedachten slaan op hol – de sensationele kant van emoties. Ben je het daar mee eens?

Lyra: Jazeker.

Alden: Waarom stoppen we bij emoties? Waarom geven dit sensationele aspect niet aan andere alledaagse, zoals het zien van kleuren? Ik heb een sensatie wanneer ik een kleur zie. Natuurlijk, een machine kan onderscheid maken tussen de kleur rood en de kleur blauw, maar kan het weten wat het is om rood te zien? Als iemand alles weet wat er te weten is over de kleur rood, maar het nog nooit heeft gezien, zal die persoon iets nieuws leren als diegene rood voor het eerst ziet? Of anders gezegd, kan een blinde ooit weten wat het is om rood te zien?

Lyra: Ik denk het niet.

Alden: Inderdaad. Laten we dit aspect van het zien van rood, wat onder de sensationele kan van emoties valt, ‘kwalitatieve aspecten’ noemen. Dit is het aspect dat ons onderscheidt van de machine, en het laat zien dat wij niet puur fysieke systemen zijn. Een machine kan niet bewust zijn op de manier dat wij zijn wanneer wij rood zien, wanneer wij vers gemaaid gras ruiken.

Lyra: Dus wat je zegt Alden, is dat, als ik je goed begrijp, geen puur fysiek systeem kan bewust zijn zoals wij, dus zijn wij niet puur fysiek en dus zijn wij in bezit van de ziel. Begrijp ik je goed?

Alden: Ja, dat doe je zeker.

Lyra: Ik zou dit zeggen op je argument: het is waar dat we niet weten hoe bewustzijn werkt. Maar in het verleden zijn er veel dingen waarvan wij de werking nog niet wisten – en die wij nu wel weten. Ik ben ervan overtuigd dat dit het geval is met bewustzijn. Het niet weten betekent niet het nooit weten.

Alden: Maar Lyra, ik hoop dat je ziet dat je hier simpelweg met twee maten meet. We zoeken naar een probleem waar de ziel een beter antwoord op heeft dan slechts het lichaam. Nu we dat hebben gevonden, wordt het weggewuifd.

Lyra: Geloof jij dan dat je een betere uitleg hebt gevonden?

Alden: Dat geloof ik inderdaad.

Lyra: Want dat denk ik niet. Het is waar dat wij geen uitleg hebben voor bewustzijn, maar dit probleem wordt niet opgelost door het bewustzijn te verplaatsen naar de ziel. Want kan jij mij uitleggen, hoe het komt dat de ziel bewust is?

Alden: Dat kan ik niet. Maar ik kan ook zeggen dat wij het nog niet weten, zoals jij deed. Dat zou het gelijkspel maken, want beide argumenten zijn even sterk.

Lyra: Dat maakt het het absoluut niet! We weten dat we lichamen hebben, maar jij moet een uitleg geven waarom ik de ziel moet toevoegen – en die uitleg heb je overduidelijk nog niet aangedragen. Al wat je hebt gedaan is een probleem toegevoegd aan een al bestaand probleem, je hebt namelijk de ziel toegevoegd aan bewustzijn.

Wordt vervolgd.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s